Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016

Onder 2.19. Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:58.

Art. 6:81 BW bepaalt dat de schuldenaar in verzuim is gedurende de tijd dat de prestatie uitblijft nadat zij opeisbaar is geworden en aan de eisen van de artikelen 82 en 83 is voldaan (behalve voor zover de vertraging hem niet kan worden toegerekend of nakoming reeds blijvend onmogelijk is). Art. 6:82 lid 1 BW bevat de regel dat het verzuim intreedt wanneer de schuldenaar in gebreke is gesteld bij een schriftelijke aanmaning waarbij hem een redelijke termijn voor de nakoming wordt gesteld, en nakoming binnen deze termijn uitblijft. Art. 6:83 BW somt de gevallen op waarin verzuim intreedt zonder ingebrekestelling. Voor de onderhavige zaak relevant is het bepaalde onder a: “wanneer een voor de voldoening bepaalde termijn verstrijkt zonder dat de verbintenis is nagekomen, tenzij blijkt dat de termijn een andere strekking heeft”. Uit deze bepalingen volgt dat indien de rechter in zijn vonnis een termijn heeft vastgesteld waarbinnen de betaling van de geliquideerde proceskosten moet zijn verricht, het verzuim intreedt zonder dat eerst nog een ingebrekestelling nodig is . Bij gebreke van betaling ontstaat op dat tijdstip (naast de verplichting tot betaling van de geliquideerde proceskosten) een wettelijke verbintenis tot schadevergoeding, namelijk de verplichting tot het betalen van wettelijke rente (art. 6:119 BW) .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ad44d0bc6dec0012b753a283be61640f8fef6a8481cbdb48b793e0c5b1c6a9f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ad44d0bc6dec0012b753a283be61640f8fef6a8481cbdb48b793e0c5b1c6a9f9, en de alinea staat in dat document op bytes 32903 tot 34378.