Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016
Onder 2.20. Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:58.
Over de fundering in de wet van een vordering tot betaling van wettelijke rente over de proceskosten in geval van verzuim bestaat bij sommigen aarzeling. Fernhout heeft betoogd “dat toewijzing van de wettelijke rente over een proceskostenveroordeling een problematische aangelegenheid is, nu het gaat om een preventieve vordering en niet om een vordering met betrekking tot een bestaande gehoudenheid [tot betaling, toevoeging A-G] onder voorwaarde of tijdsbepaling” . Op zich lijkt mij juist dat vóórdat wettelijke rente op grond van art. 6:119 BW verschuldigd raakt, geen gehoudenheid tot betaling van die wettelijke rente bestaat; ook niet een gehoudenheid onder voorwaarde of onder tijdsbepaling . In HR 7 april 2000, reeds aangehaald, rov. 3.5.2, punt 3, heeft de Hoge Raad met betrekking tot een andere verbintenis die ontstaat door de vaststelling door de rechter van het te betalen bedrag , niettemin geoordeeld dat de rechter de betrokken partij op de voet van art. 3:296 BW onder voorwaarde of tijdsbepaling kan veroordelen tot betaling van de wettelijke rente. In rov. 3.5.3 van diezelfde beschikking heeft de Hoge Raad de eis gesteld dat aan een dergelijke veroordeling de voorwaarde wordt verbonden “dat het verzuim is ingetreden”. Daarmee is dat pleit beslecht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ad44d0bc6dec0012b753a283be61640f8fef6a8481cbdb48b793e0c5b1c6a9f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ad44d0bc6dec0012b753a283be61640f8fef6a8481cbdb48b793e0c5b1c6a9f9, en de alinea staat in dat document op bytes 34459 tot 36010.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ad44d0bc6dec0012b753a283be61640f8fef6a8481cbdb48b793e0c5b1c6a9f9 | shasum -a 256