Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016

Onder 2.21. Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:58.

In dit geding wordt de vraag vanuit een andere invalshoek benaderd. De vraag is hier, of een eerst in cassatie ingestelde vordering ( in casu : in reconventie) tot vergoeding van de wettelijke rente over het bedrag van de door de Hoge Raad vast te stellen proceskostenveroordeling mogelijk is in het licht van de regel dat een eisvermeerdering in de cassatieprocedure niet mogelijk is . Van Schaick wijst erop dat, ingevolge art. 23 en 24 Rv, wettelijke rente over te proceskosten alleen kan worden toegewezen op een daartoe strekkende vordering van de gedaagde. Toch wordt volgens hem in zulk een vordering niet een ‘eis in reconventie’ gezien . Deze rechtsopvatting lijkt mij juist. Een andere opvatting zou ertoe leiden dat een dergelijke vordering niet voor het eerst in hoger beroep in reconventie kan worden ingesteld (art. 353 lid 1 Rv) en evenmin voor het eerst in cassatie, ofschoon het pas bij het bereiken van die instanties (en niet reeds in eerste aanleg) zinvol is, een vordering in te stellen tot vergoeding van de wettelijke rente over de proceskosten in hoger beroep respectievelijk in cassatie . De enigszins hiermee verwante problematiek van de nakosten stip ik op deze plaats aan, maar laat ik verder rusten .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ad44d0bc6dec0012b753a283be61640f8fef6a8481cbdb48b793e0c5b1c6a9f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ad44d0bc6dec0012b753a283be61640f8fef6a8481cbdb48b793e0c5b1c6a9f9, en de alinea staat in dat document op bytes 36091 tot 37622.