Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2016

Onder 3.1. Parket bij de Hoge Raad 19 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:583.

In het overzichtsarrest van 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474, NJ 2015/390, vangt de Hoge Raad zijn uiteenzetting over medeplegen en medeplichtigheid aan met de overweging dat in de praktijk een belangrijke en moeilijke vraag is wanneer de samenwerking zo nauw en bewust is geweest dat van medeplegen mag worden gesproken. Deze constatering wordt bevestigd door de regelmaat waarin door indiening van cassatiemiddelen over deze problematiek bij de Hoge Raad wordt geklaagd. Om daarop door middel van een analyse nader in te gaan, hebben mijn ambtgenoot Spronken en ik uit het aanbod van cassatiezaken er zeven geselecteerd. Mijn ambtgenoot zal in vier, en ik in drie verschillende zaken afzonderlijk, maar wel simultaan, volgens een vaste opbouw een conclusie nemen, waarvan de onderhavige er een is. Dat doen wij op basis van een gelijkluidende, door ons gezamenlijk geschreven voorafgaande beschouwing, waarin eerst aan de hand van recente arresten van de Hoge Raad mogelijke onduidelijkheden omtrent medeplegen in kaart worden gebracht, uiteraard ook in samenhang met medeplichtigheid, en vervolgens een door ons samengesteld beslisschema wordt gepresenteerd. Met een bespreking van het middel of de middelen wordt elke conclusie afgesloten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd1cd26b820500b2549784ca5e9f0c2e3276f0826c443adb24891e9d5630b9fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd1cd26b820500b2549784ca5e9f0c2e3276f0826c443adb24891e9d5630b9fe, en de alinea staat in dat document op bytes 5344 tot 6735.