Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2016
Onder 6.6. Parket bij de Hoge Raad 19 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:583.
Op grond van deze concrete feiten en omstandigheden is het hof tot de slotsom gekomen dat sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachten en dat die samenwerking was gericht op de tenlastegelegde poging tot woninginbraak. Dat oordeel komt mij in het licht van de “Aan het middel voorafgaande beschouwing” niet onbegrijpelijk voor en acht ik toereikend gemotiveerd. Daarbij heb ik het volgende in aanmerking genomen. De verdachte was met zijn medeverdachten lijfelijk aanwezig tijdens de poging tot woninginbraak. Hij stond tezamen met de anderen buiten de auto, en bij de achterdeur van de woning. Voorts stapte de verdachte samen met de anderen in de VW Polo die direct daarna van het woningerf afreed. In de VW Polo bevonden zich inbrekersspullen die overeenkomsten vertoonden met de bij de woning achtergelaten sporen. Voor zijn aanwezigheid bij de woning en in de auto heeft de verdachte geen verklaring gegeven; zowel in eerste aanleg als in hoger beroep heeft hij met betrekking tot de feiten een beroep op zijn zwijgrecht gedaan. Nu het hof als zijn niet onbegrijpelijk oordeel tot uitdrukking heeft gebracht dat de verdachte in de uitvoeringsfase geheel en al deel uitmaakte van een groep die uit hem en zijn medeverdachten bestond, en de verdachte zelf geen redengevende verklaring heeft willen geven voor zijn aanwezigheid en rol bij de woning en in de auto, gaat naar mijn mening de algemene ervaringsregel op: de verdachte was erbij en deed volwaardig mee. Daaraan doet niet af de in de toelichting op het middel betrokken stelling dat de bewijsconstructie van het hof de mogelijkheid openlaat dat de verdachte slechts medeplichtig was of er wel bij was “maar niets heeft gedaan”, welke mogelijkheid overigens niet op de terechtzitting in hoger beroep (noch in eerste aanleg) is aangevoerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd1cd26b820500b2549784ca5e9f0c2e3276f0826c443adb24891e9d5630b9fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd1cd26b820500b2549784ca5e9f0c2e3276f0826c443adb24891e9d5630b9fe, en de alinea staat in dat document op bytes 88015 tot 89954.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dd1cd26b820500b2549784ca5e9f0c2e3276f0826c443adb24891e9d5630b9fe | shasum -a 256