Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2016

Onder 4.8. Parket bij de Hoge Raad 19 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:583.

Gedragingen die enkel het delict bevorderen of vergemakkelijken zijn in elk geval voor medeplegen onvoldoende. Of gedragingen als zodanig kunnen worden aangemerkt, is weer een andere vraag, en bovendien een vraag die zich niet in zijn algemeenheid maar slechts aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval laat beantwoorden. Zo noemt De Hullu in dit verband het voorbeeld van “een passief soort medeplegen door ter plekke aanwezig te zijn”: op zichzelf kan zo’n aanwezige als medepleger worden aangemerkt, indien maar vaststaat dat er sprake was van voldoende (bewuste en) nauwe samenwerking. Dat is bij enkele aanwezigheid zeker niet evident, en daarom moet er dan méér worden vastgesteld, bijvoorbeeld de betrokkenheid bij het plan, de actieve aansporing van de feitelijke uitvoerder, een rechtsplicht tot handelen die opzettelijk wordt verzaakt, de relevantie van die aanwezigheid of een combinatie van dergelijke elementen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd1cd26b820500b2549784ca5e9f0c2e3276f0826c443adb24891e9d5630b9fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd1cd26b820500b2549784ca5e9f0c2e3276f0826c443adb24891e9d5630b9fe, en de alinea staat in dat document op bytes 30424 tot 31483.