Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2016
Onder 4.18. Parket bij de Hoge Raad 19 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:583.
In zijn noot onder de arresten van de Hoge Raad van 24 maart 2015 stelt Nan dat uit het standaardarrest van de Hoge Raad van 2 december 2014 volgt dat degene die uitsluitend handelingen verricht nádat het feit is begaan niet als medepleger kan worden aangemerkt. Mijn ambtgenoot Spronken heeft in haar conclusie voorafgaand aan HR 24 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:718 het standpunt ingenomen dat handelingen die zijn begaan na het strafbare feit op zichzelf niet genoeg kunnen zijn om van medeplegen te kunnen spreken, maar hoogstens in bewijsrechtelijke zin een indicatie kunnen opleveren voor de beantwoording van de vraag of de verdachte een wezenlijke bijdrage heeft geleverd voorafgaand of tijdens het uitvoeren van het strafbare feit. Dat is een uitgangspunt waar wij nog steeds achter staan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd1cd26b820500b2549784ca5e9f0c2e3276f0826c443adb24891e9d5630b9fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd1cd26b820500b2549784ca5e9f0c2e3276f0826c443adb24891e9d5630b9fe, en de alinea staat in dat document op bytes 50985 tot 51924.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dd1cd26b820500b2549784ca5e9f0c2e3276f0826c443adb24891e9d5630b9fe | shasum -a 256