Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2016

Onder 3.7 Parket bij de Hoge Raad 19 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:587.

In het middel en de toelichting daarop wordt betoogd dat het hof door vrij te spreken van het primair en subsidiair tenlastegelegde op de grond dat niet vastgesteld kan worden welke geweldshandelingen aan de verdachte kunnen worden toegerekend, kennelijk heeft geoordeeld dat geen sprake was van de voor medeplegen vereiste bewuste en nauwe samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachten. Door desondanks bewezen te verklaren dat de verdachte in vereniging geweld heeft gepleegd, zou het hof hebben miskend dat voor het ‘in vereniging’ plegen als bedoeld in art. 141 Sr dezelfde maatstaf geldt als voor het in art. 47 Sr bedoelde medeplegen, zodat de verdachte ook van het meer subsidiair tenlastegelegde had moeten worden vrijgesproken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7af5b6f2bdc2bd6464d43fec63cc22c8b6d2cef422b8a2cb951d0a4f12051d5f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7af5b6f2bdc2bd6464d43fec63cc22c8b6d2cef422b8a2cb951d0a4f12051d5f, en de alinea staat in dat document op bytes 19764 tot 20527.