Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2016

Onder 3.12 Parket bij de Hoge Raad 19 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:587.

Steun voor deze uitleg biedt HR 13 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3029, NJ 2015, 451 m.nt. Mevis. In deze zaak had het hof de verdachte vrijgesproken van medeplegen en medeplichtigheid aan poging tot doodslag, kort gezegd omdat de verdachte geen opzet had gehad op doodslag. Het hof veroordeelde wel voor de meer subsidiair tenlastegelegde openlijke geweldpleging. Mijn ambtgenoot Harteveld concludeerde tot vernietiging omdat zijns inziens in de vrijspraak van het medeplegen besloten lag dat van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verschillende verdachten geen sprake was geweest, zodat ook van ‘in vereniging’ plegen niet de rede kon zijn. Volgens de Hoge Raad echter faalde het middel. De Hoge Raad sprak niet van bewuste en nauwe samenwerking, maar onderzocht enkel of uit de bewijsmiddelen kon worden afgeleid dat de verdachte (opzettelijk) een voldoende significante of wezenlijke bijdrage aan het geweld had geleverd. Dat was naar zijn oordeel het geval. Meer is kennelijk niet vereist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7af5b6f2bdc2bd6464d43fec63cc22c8b6d2cef422b8a2cb951d0a4f12051d5f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7af5b6f2bdc2bd6464d43fec63cc22c8b6d2cef422b8a2cb951d0a4f12051d5f, en de alinea staat in dat document op bytes 26857 tot 27876.