Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2016

Onder 3.14 Parket bij de Hoge Raad 19 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:587.

Wenselijk, want noodzakelijk voor de beoordeling van het middel is die opheldering misschien niet. Want ook hier geldt dat het ontbreken van een nauwe en bewuste samenwerking gericht op doodslag of het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, niet uitsluit dat wel sprake was van een dergelijke samenwerking gericht op het plegen van geweld. Ook als er dus met de steller van het middel vanuit wordt gegaan dat voor art. 141 Sr een nauwe en bewuste samenwerking is vereist, geldt denk ik dat uit de overwegingen van het hof niet van een onjuiste rechtsopvatting blijkt. In gevallen als de onderhavige zal het bewijs van het opzet afgeleid moeten worden uit de aard van de gedragingen. Het hof zal hebben bedoeld dat niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat de verdachte behoorde tot de personen die tegen het hoofd van het slachtoffer hebben geschopt, zodat niet bewezen kan worden dat hij opzet had op de dood van het slachtoffer of op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. De vrijspraken van het primair en subsidiair tenlastegelegde vinden hun verklaring zo gezien in het feit dat het daarvoor vereiste gezamenlijke opzet op de dood of het zwaar lichamelijk letsel niet bewezen kon worden. Dat sluit bepaald niet uit dat sprake was van een minder ver gaand gezamenlijk opzet, alleen gericht op het plegen van geweld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7af5b6f2bdc2bd6464d43fec63cc22c8b6d2cef422b8a2cb951d0a4f12051d5f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7af5b6f2bdc2bd6464d43fec63cc22c8b6d2cef422b8a2cb951d0a4f12051d5f, en de alinea staat in dat document op bytes 28506 tot 29860.