Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016
Onder 6.8. Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:594.
De betrokkenheid van de verdachte lijkt minder groot dan bijvoorbeeld die van de verdachte in het hierboven onder 3.7 besproken arrest van HR 16 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3637, NJ 2015/391 m.nt. P.A.M. Mevis, waar de Hoge Raad de betrokkenheid van de verdachte onvoldoende achtte voor medeplegen. Ik meen evenwel – maar niet zonder enige aarzeling – dat de bijzondere omstandigheden van het onderhavige geval, blijkend uit de bewijsredenering van het hof, toch net iets anders zijn en méér opleveren dan die in het zo-even genoemde arrest van 16 december 2014. Wat voor mij de doorslag geeft is, hetgeen het hof ook expliciet herhaalt in zijn bewijsoverwegingen, dat de verdachte met zijn medeverdachten ‘geld ging maken’. Daaruit leid ik ook een betrokkenheid van de verdachte bij het aan de braak voorafgaande plan af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5b96d73933cc1da595e244119ebf8059adbe9630a4d4cdb9551432b452cf3da5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5b96d73933cc1da595e244119ebf8059adbe9630a4d4cdb9551432b452cf3da5, en de alinea staat in dat document op bytes 84447 tot 85300.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5b96d73933cc1da595e244119ebf8059adbe9630a4d4cdb9551432b452cf3da5 | shasum -a 256