Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2016

Onder 3.4. Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:595.

Ter terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte tweemaal gericht heeft geschoten op het wegrennende slachtoffer. Het Hof heeft uit eigen waarneming kunnen vaststellen, dat de afstand tussen de verdachte en het slachtoffer op de schietmomenten beide keren enkele meters betrof en dat de verdachte zijn wapen richtte op de achterzijde van het lichaam van het slachtoffer. Het Hof heeft op de beelden waargenomen dat het slachtoffer, nadat de verdachte tweemaal op hem geschoten had, minder snel ging lopen, althans werd ingehaald door de verdachte. De waarneming dat de verdachte gericht op het slachtoffer heeft geschoten vindt steun in de getuigenverklaring van de bewaker [getuige 1] (bewijsmiddel 7 van het vonnis van het GEA). Het autopsierapport vermeldt dat het slachtoffer is geraakt door twee schoten aan de achterzijde van zijn lichaam, waarna de dood is ingetreden (bewijsmiddel 3 van het vonnis van het GEA). Het slachtoffer heeft een inschotwond in het linker achterbeen en een uitschot wond in het linker voorbeen. Daarnaast heeft het slachtoffer een inschotwond op de rug rechts. Uit de waarneming van de verdachte dat het slachtoffer nog enige tijd doorliep na de twee schoten, kan niet worden afgeleid dat de schoten van de verdachte het slachtoffer niet (dodelijk) hebben geraakt. De aard van de verwonding die uiteindelijk tot de dood heeft geleid, te weten “bleeding to death as a result of shotwound”, hetgeen is veroorzaakt door een geperforeerde long “by a scotting channel”, is hiermee naar het oordeel van het Hof niet onverenigbaar. De geconstateerde verwondingen sluiten daarentegen aan bij de schoten door de verdachte. Kogel fragmenten en bloedsporen die zijn aangetroffen op het traject waar de verdachte het slachtoffer achtervolgde en heeft beschoten, ondersteunen de stelling dat het slachtoffer is geraakt op het moment dat de verdachte op hem schoot. Er waren weliswaar meerdere mensen ter plaatse, doch het dossier bevat geen getuigenverklaringen of andere bewijsmiddelen die erop wijzen dat een ander dan de verdachte schoten heeft gelost en/of een wapen in de hand had. Evenmin is er forensisch bewijs aangetroffen waaruit zou blijken dat er op een andere plaats en tijd op het slachtoffer geschoten is. Op de plaats delict zijn kogelfragmenten aangetroffen in de nabijheid van de plek waar de verdachte het eerste schot heeft gelost. Daarnaast is er de (dodelijke) kogel, aangetroffen in het lichaam van het slachtoffer. Verder zijn er geen kogels of hulzen aangetroffen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f04ab3d12f9782ce7eb9a8cbc0f2e2485bca188da44a03ec614a6fc602f5d558. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f04ab3d12f9782ce7eb9a8cbc0f2e2485bca188da44a03ec614a6fc602f5d558, en de alinea staat in dat document op bytes 26040 tot 28580.