Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2016

Onder 3.6. Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:595.

Bij de beoordeling van het middel staat voorop dat de eigen waarneming van de rechter ingevolge art. 382 SvA voor het bewijs kan worden gebruikt, wanneer deze waarneming tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gedaan, zo volgt uit art. 383 SvA. De ratio hiervan is dat alle procespartijen de gelegenheid moeten hebben gehad om die waarneming ook te doen en zich daarover bij de behandeling van de zaak uit te laten. Het is niet vereist dat de rechter een eigen – bij het onderzoek ter terechtzitting gedane – waarneming op de terechtzitting ook ter sprake brengt, tenzij de procespartijen door het gebruik van de betreffende waarneming zou worden verrast omdat zij daarmee geen rekening behoefden te houden. Of in een gegeven zaak sprake is van een waarneming die wel expliciet naar voren moet worden gebracht, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, zoals het procesverloop, de aard van de waarneming en het verband tussen die waarneming en het voorhanden bewijsmateriaal.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f04ab3d12f9782ce7eb9a8cbc0f2e2485bca188da44a03ec614a6fc602f5d558. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f04ab3d12f9782ce7eb9a8cbc0f2e2485bca188da44a03ec614a6fc602f5d558, en de alinea staat in dat document op bytes 30191 tot 31325.