Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2016

Onder 2.8 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:608.

Ik meen dat van een schending van art. 6 EVRM en art. 14 IVBPR geen sprake is. Juist met de regeling in art. 83 van het Reglement voor de procesvoering van het HvJEU, waarin de heropening van de mondelinge behandeling is geregeld, is getracht een balans te vinden tussen een optimale eerbiediging van de grondrechten van art. 6 EVRM en de stroomlijning van de prejudiciële procedure. Diageo is geenszins het recht op een procedure op tegenspraak ontnomen, waarbij nog kan worden opgemerkt dat het HvJEU expliciet heeft overwogen dat de zaak niet behoeft te worden beslecht op grond van punten waarover tussen partijen geen discussie heeft plaatsgevonden (punt 35 van het prejudiciële arrest).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/74059d0dea7e0a72819cafa4d185878eed4e6b13a63bb7992a80e3750623f2b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 74059d0dea7e0a72819cafa4d185878eed4e6b13a63bb7992a80e3750623f2b2, en de alinea staat in dat document op bytes 18504 tot 19275.