Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 april 2016

Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 22 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:612.

Het enkele feit dat de wet meebrengt dat de aanvrager een fictieve positieve beschikking heeft gekregen, betekent immers nog niet dat daarmee ook sprake is van een ‘goed bruikbare beschikking’ (zie bij 2.2.5). De stellingen van [eisers] , in onderling verband beschouwd, zagen, als ik het goed zie, juist op dat punt. Wel zal naar mijn mening het gegeven dat een positieve fictieve beschikking is verleend, gewicht in de schaal leggen bij de beoordeling van de vraag of sprake is van onzorgvuldig handelen. Dit gegeven kan bijvoorbeeld betekenen dat sprake is van een beschikking die zich, in het licht van het belang waarin de benadeelde stelt te zijn getroffen, niet onderscheidt van een reële vergunning. Het kan ook, in samenhang met de overige omstandigheden van het geval, tot het oordeel leiden dat er geen grond is om aan te nemen dat onzorgvuldig is gehandeld door niet tijdig te beslissen. Of daarvan sprake is, zal echter afhangen van de omstandigheden van het concrete geval.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/90355a088fe89e18b7b8de0e0c5dd76334e9540e31e6d73cac658e0c7a9fbcfa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 90355a088fe89e18b7b8de0e0c5dd76334e9540e31e6d73cac658e0c7a9fbcfa, en de alinea staat in dat document op bytes 42704 tot 43711.