Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 april 2016

Onder 2.2.5 Parket bij de Hoge Raad 22 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:612.

De van rechtswege verleende beschikking treedt in werking op de derde dag na afloop van de beslistermijn; bekendmaking als bedoeld in art. 3:40 Awb is daarvoor niet nodig (art. 4:20b lid 3). In de MvT bij deze bepaling is opgemerkt dat de houder van een van rechtswege gegeven beschikking niets aan de beschikking heeft zolang deze niet in werking is getreden. Zou deze bepaling niet zijn opgenomen, dan zou de beschikking pas in werking treden op het moment dat het bestuursorgaan overgaat tot bekendmaking overeenkomstig art. 4:20c. Het gevolg daarvan zou kunnen zijn dat er nog enige tijd geen gebruik zou kunnen worden gemaakt van de van rechtswege verleende beschikking. In de toelichting bij art. 4:20d is aangegeven dat wanneer een bestuursorgaan zou talmen met de bekendmaking van een van rechtswege genomen beslissing, het gevolg kan zijn dat sprake is van een niet goed bruikbare beschikking, omdat de aanvrager de beschikking soms wil of moet kunnen tonen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/90355a088fe89e18b7b8de0e0c5dd76334e9540e31e6d73cac658e0c7a9fbcfa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 90355a088fe89e18b7b8de0e0c5dd76334e9540e31e6d73cac658e0c7a9fbcfa, en de alinea staat in dat document op bytes 26306 tot 27352.