Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 april 2016
Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 22 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:619.
Het derde onderdeel berust op de lezing dat naar het oordeel van het hof de regel van artikel 3:301 lid 2 BW, gelet op de aan de openbare registers te ontlenen rechtszekerheid, naar analogie kan worden toegepast op de bepaling dat het vonnis in de plaats treedt van de ontbrekende medewerking aan inschrijving van de door verjaring verkregen eigendom. Het klaagt dat dit oordeel blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. Daartoe wordt aangevoerd dat volgens vaste rechtspraak artikel 3:301 BW een beperkte strekking heeft en er, gelet op de zware sanctie van niet-ontvankelijkheid, geen aanleiding bestaat om het toepassingsgebied uit te breiden tot het onderhavige, niet door de wettekst bestreken geval. Althans heeft het hof bij analogische toepassing miskend dat Esconado c.s. daarmee geen rekening hoefden te houden, aldus het onderdeel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c969db6b5babfcea2c1279c84507a37b701d370f16938026917a5093c7cd328. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c969db6b5babfcea2c1279c84507a37b701d370f16938026917a5093c7cd328, en de alinea staat in dat document op bytes 19131 tot 20063.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3c969db6b5babfcea2c1279c84507a37b701d370f16938026917a5093c7cd328 | shasum -a 256