Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 april 2016
Onder 2.13 Parket bij de Hoge Raad 22 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:619.
Uit het voorgaande volgt dat de hiervoor in alinea 2.5 genoemde eerste vraag ontkennend moet worden beantwoord. Het dictum onder III laat geen andere uitleg toe dan dat dit strekt tot reële executie van (een onderdeel van) de (procedure tot) inschrijving van de verkrijgende verjaring op de voet van art. 3:17 lid 1 aanhef en sub i BW. Bij een dergelijke inschrijving is, anders dan bij een overdracht, geen sprake van een tussen partijen opgemaakte, tot levering van een registergoed bestemde notariële akte zoals bedoeld in artikel 3:301 lid 2 jo. lid 1 BW. Een gerechtelijke uitspraak die strekt tot reële executie van de inschrijving in de openbare registers van een verkrijgende verjaring valt dus niet rechtstreeks onder het bereik van artikel 3:301 lid 2 BW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c969db6b5babfcea2c1279c84507a37b701d370f16938026917a5093c7cd328. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c969db6b5babfcea2c1279c84507a37b701d370f16938026917a5093c7cd328, en de alinea staat in dat document op bytes 27685 tot 28530.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3c969db6b5babfcea2c1279c84507a37b701d370f16938026917a5093c7cd328 | shasum -a 256