Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 april 2016

Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 22 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:619.

Overigens valt deze uitspaak – die dus niet valt onder artikel 3:300 lid 2 BW – niet eenvoudig te kwalificeren. Volgens Esconado c.s. zou zij strekken tot reële executie van een feitelijke handeling op de voet van artikel 3:299 BW, waarbij zou aansluiten dat het hof (in rov. 2.4 van zijn eindarrest) spreekt van een ‘vervangende machtiging.’ Mijns inziens vertoont zij nog het meeste verwantschap met een uitspraak in de zin van artikel 3:300 lid 1 BW. Dat de inschrijving niet constitutief is voor de verkrijging door verjaring laat onverlet dat de medewerking aan de inschrijving – de mededeling van instemming als bedoeld in artikel 37 Kw – kan worden aangemerkt als het verrichten van een rechtshandeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c969db6b5babfcea2c1279c84507a37b701d370f16938026917a5093c7cd328. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c969db6b5babfcea2c1279c84507a37b701d370f16938026917a5093c7cd328, en de alinea staat in dat document op bytes 28631 tot 29368.