Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 april 2016
Onder 2.16 Parket bij de Hoge Raad 22 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:619.
Bovendien heeft de wetgever, ervan uitgaande dat de achteraf onjuist gebleken inschrijving van een verjaring in verband met de werking van artikel 3:26 BW ingrijpende rechtsgevolgen kan hebben, de waarborgen van artikel 37 Kw op de notariële verjaringsverklaring van toepassing verklaard (art. 34 Kw). Deze regeling voorziet er onder meer in dat derden de mogelijkheid van onjuistheid van de inschrijving in de openbare registers kunnen kennen. Ook dit zou een argument kunnen opleveren om artikel 3:301 lid 2 BW analogisch toe te passen op de uitvoerbaar bij voorraad verklaarde gerechtelijke uitspraak die voorziet in de inschrijving in de openbare registers van een verkrijgende verjaring.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c969db6b5babfcea2c1279c84507a37b701d370f16938026917a5093c7cd328. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c969db6b5babfcea2c1279c84507a37b701d370f16938026917a5093c7cd328, en de alinea staat in dat document op bytes 31155 tot 31962.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3c969db6b5babfcea2c1279c84507a37b701d370f16938026917a5093c7cd328 | shasum -a 256