Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 januari 2016
Onder 2.1 Parket bij de Hoge Raad 8 januari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:62.
De onderdelen a-f van de eerste klacht zijn voorwaardelijk ingesteld, namelijk indien en voor zover Sypesteyn in zijn cassatieberoep tegen het tussenarrest van 16 juni 2015 niet-ontvankelijk wordt verklaard. In die zaak kom ik tot de conclusie dat Sypesteyn niet ontvankelijk verklaard dient te worden. Daarom dient de eerste klacht behandeld te worden. De kern van de eerste klacht (zie vooral onder e) komt erop neer dat het hof in rov. 2.5 van het tussenarrest van 16 juni 2015 ten onrechte heeft beslist dat Sypesteyn geen woonplaats heeft in Nederland als bedoeld in art. 224 lid 1 Rv en daarom ten onrechte heeft geoordeeld dat Sypesteyn niet ontvankelijk is in haar hoger beroep. Ik meen dat deze klacht dient te slagen, omdat Sypesteyn wel woonplaats heeft in Nederland. Ik verwijs naar het al genoemde arrest van de Hoge Raad van 6 november 2015. De overige onderdelen van de klacht behoeven geen bespreking, omdat die betrekking hebben op de bevoegdheid van het hof om in het onderhavige geval een zekerheidsstelling door Sypesteyn te bevelen en die bevoegdheid is er mijns inziens in het onderhavige geval niet. Overigens heeft Sypesteyn geen belang bij het slagen van haar eerste klacht omdat de advocaat van Sypesteyn bij gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft verklaard dat hij mede namens Sypesteyn sprak . Daarom heeft Sypesteyn voluit de mogelijkheid gehad zich uit te laten over de kern van deze zaak: Zijn SCDP en Crescendo al dan niet terecht failliet verklaard? In de repliek merkt Sypesteyn op dat zij wel belang heeft bij het terzijde stellen van haar niet-ontvankelijkverklaring, omdat zij in de proceskosten is veroordeeld. Dit betoog gaat mijns inziens niet op omdat Sypesteyn in haar cassatieverzoek geen bezwaar maakt tegen de proceskostenveroordeling door het hof als zodanig (wel tegen het bevel tot zekerheidsstelling voor die veroordeling). Zij heeft kennelijk het dispuut over de proceskostenveroordeling in haar verzoekschrift tot cassatie laten varen. Daarop kan men niet bij repliek terugkomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58966dc5ee1ba02475615437ffbb7fe022004bfb6eb48f24d9e7a5b5bf90ba58. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58966dc5ee1ba02475615437ffbb7fe022004bfb6eb48f24d9e7a5b5bf90ba58, en de alinea staat in dat document op bytes 12432 tot 14584.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/58966dc5ee1ba02475615437ffbb7fe022004bfb6eb48f24d9e7a5b5bf90ba58 | shasum -a 256