Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 januari 2016

Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 8 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:62.

De derde klacht stelt de vraag aan de orde of Rondenborch vorderingen op SCPD en Crescendo heeft waarmee een faillissement van deze vennootschappen bewerkstelligd kan worden. De gedachte van de klacht is dat Rondenborch niet meer inningsbevoegd is, nu de betrokken vorderingen verpand zijn aan Crescendo Belgium en van die verpanding mededeling aan de curator is gedaan. Ik stel voorop dat art. 6, lid 3 Fw meebrengt dat slechts summierlijk van de toestand van te hebben opgehouden te betalen die het faillissement rechtvaardigt dient te blijken. Het hof heeft in rov. 3.5 overwogen dat de rechtsgeldigheid van de pandrechten niet buiten twijfel staat. Het hof heeft die twijfel in rov. 3.5 van zijn arrest van 7 juli 2015 uitvoerig en overtuigend onderbouwd. Hiermee is voldoende gebleken dat de vorderingsrechten van Rondenborch vaststaan. Hierop stuit de derde klacht in zijn geheel af. Dit behoeft verder geen toelichting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58966dc5ee1ba02475615437ffbb7fe022004bfb6eb48f24d9e7a5b5bf90ba58. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58966dc5ee1ba02475615437ffbb7fe022004bfb6eb48f24d9e7a5b5bf90ba58, en de alinea staat in dat document op bytes 16298 tot 17290.