Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016

Alinea 184 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:629.

De vraag of de gedragingen van verdachte en haar medeverdachten in materieel strafrechtelijke zin medeplegen opleveren, wordt beoordeeld aan de hand van de hierna te beschrijven feitelijke situatie. Op 19 januari 2009 is een gewapende overval gepleegd op de kledingzaak van [betrokkene 2] . Deze overval was gepleegd door twee mannen. Zij hebben [betrokkene 2] onder bedreiging van een vuurwapen vast gebonden op een stoel in de paskamer, waarbij haar mond werd dicht getapet en alle kleding uit de winkel werd ontvreemd. [betrokkene 2] heeft hiervan bij de politie aangifte gedaan. Later heeft [betrokkene 2] verklaard dat de overval niet echt was en in scene was gezet om de verzekering op te lichten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e54389b2702d9e514030f34e40487227d091e81f4715feda669280aec76842ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e54389b2702d9e514030f34e40487227d091e81f4715feda669280aec76842ed, en de alinea staat in dat document op bytes 52434 tot 53150.