Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016
Alinea 201 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:629.
9. De toelichting op het middel stelt voorop dat verdachte “geen uitvoeringshandelingen [heeft] verricht die typisch zijn voor het delict oplichting, zoals het bezigen van listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels.” De recente rechtspraak van de Hoge Raad sluit niet uit dat er zonder uitvoeringshandelingen sprake kan zijn van medeplegen. In een dergelijk geval moet in de bewijsvoering wel aandacht worden besteed aan de nauwe en bewuste samenwerking. In die lijn zou het passen dat het hof naast de zeer uitvoerige aanvulling met bewijsmiddelen een uitgebreide bewijsoverweging wijdt aan het medeplegen. Om te bezien of de bewijsoverweging van het hof zo moet worden opgevat dat het hof nu wel of niet een uitvoeringshandeling van verdachte heeft aangenomen, zoom ik nog nader in op de bewijsconstructie en met name de in de aanvulling gebezigde bewijsmiddelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e54389b2702d9e514030f34e40487227d091e81f4715feda669280aec76842ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e54389b2702d9e514030f34e40487227d091e81f4715feda669280aec76842ed, en de alinea staat in dat document op bytes 64988 tot 65886.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e54389b2702d9e514030f34e40487227d091e81f4715feda669280aec76842ed | shasum -a 256