Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016

Alinea 205 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:629.

13. Het is niet onjuist of onbegrijpelijk dat het hof het medeplegen van oplichting heeft bewezen verklaard en de vraag moet worden beantwoord of ook sprake is van medeplegen van het doen van valse aangifte (feit 2). Hieraan heeft het hof niet afzonderlijk nog aandacht besteed. Van een uitvoeringshandeling van verdachte is bij feit 2 geen sprake. Weliswaar is bewezen verklaard dat verdachte de valse aangifte heeft gedaan, maar dat berust evident op een misslag. Immers, uit bewijsmiddel 2 komt naar voren dat [betrokkene 2] de aangifte bij de politie heeft gedaan. Die valse aangifte steunt eveneens op de prominente rol bij de enscenering van de overval door verdachte. Aangifte bij de politie was zonder die enscenering door verdachte niet van enig nut. Het voor de aangifte bij de politie noodzakelijke aandeel van verdachte bij de enscenering maakt ook dat het bewijs van medeplegen niet onjuist of onbegrijpelijk is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e54389b2702d9e514030f34e40487227d091e81f4715feda669280aec76842ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e54389b2702d9e514030f34e40487227d091e81f4715feda669280aec76842ed, en de alinea staat in dat document op bytes 68960 tot 69965.