Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016

Alinea 218 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:629.

“Indien behandeling van de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, kan de rechtbank op verzoek van de verdachte of op vordering van de officier van justitie dan wel ambtshalve, bepalen dat de vordering in het geheel of ten dele niet ontvankelijk is en dat de benadeelde partij haar vordering, of het deel van de vordering dat niet ontvankelijk is, slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e54389b2702d9e514030f34e40487227d091e81f4715feda669280aec76842ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e54389b2702d9e514030f34e40487227d091e81f4715feda669280aec76842ed, en de alinea staat in dat document op bytes 73958 tot 74460.