Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016

Alinea 219 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:629.

20. Met de introductie (ten gevolge van een amendement) van het evenredigheidscriterium in de plaats van het criterium van de eenvoud van de aard van de vordering is een verruiming van de mogelijkheid tot behandeling van civiele vorderingen in het kader van het strafproces beoogd. Volgens de toelichting op het amendement moet de vordering van de benadeelde partij niet reeds worden afgewezen omdat de vordering wordt betwist, de vordering een hoog bedrag betreft, de onderbouwing van de vordering op een enkel punt tekort schiet of de rechter het horen van een enkele getuige of deskundige noodzakelijk acht. De verruiming wordt gekwalificeerd als subtiel. Of de wetswijziging werkelijk tot enige verruiming in de praktijk heeft geleid, kan nog niet of nauwelijks worden vastgesteld. De introductie van het evenredigheidscriterium lijkt in ieder geval geen grote verschuiving ten opzichte van het oude recht. Bovendien is duidelijk dat de Hoge Raad de feitenrechter ruimte wil laten bij de beslissing of de behandeling van een vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Afwegingen van feitelijke aard kunnen daarbij een rol spelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e54389b2702d9e514030f34e40487227d091e81f4715feda669280aec76842ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e54389b2702d9e514030f34e40487227d091e81f4715feda669280aec76842ed, en de alinea staat in dat document op bytes 74500 tot 76055.