Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2016
Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:64.
2.76. Bij de beoordeling van de afwijzing van een verzoek tot het oproepen van getuigen gaat het in cassatie uiteindelijk om de vraag of de beslissing begrijpelijk is in het licht van - als waren het communicerende vaten - enerzijds hetgeen aan het verzoek ten grondslag is gelegd en anderzijds de gronden waarop het is afgewezen. Bij de beoordeling van de begrijpelijkheid van de beslissing kan ook het procesverloop van belang zijn, zoals (i) het stadium waarin het verzoek is gedaan, in die zin dat het verzoek eerder had kunnen en redelijkerwijs ook had moeten worden gedaan, en (ii) de omstandigheid dat de bij de appelschriftuur opgegeven getuigen – al dan niet op vordering van de advocaat-generaal – (alsnog) op de voet van art. 411a of art. 420 Sv zijn gehoord door een rechter-commissaris of een raadsheer-commissaris, waardoor in de regel het belang zal zijn ontvallen aan de oproeping van die getuigen ter terechtzitting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/106bd20fa10b1a436f66120a968e66c5987b0d4ba69ff554b778f957382ea4d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 106bd20fa10b1a436f66120a968e66c5987b0d4ba69ff554b778f957382ea4d2, en de alinea staat in dat document op bytes 13925 tot 14875.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/106bd20fa10b1a436f66120a968e66c5987b0d4ba69ff554b778f957382ea4d2 | shasum -a 256