Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2016

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:64.

8. Verdachtes raadsman vond het horen van de getuige kennelijk niet zo belangrijk dat hij aan de Procureur-Generaal bij het Hof op de voet van het bepaalde in art. 414 Sv heeft verzocht de getuige op te roepen om aldus te bevorderen dat zij ter terechtzitting aanwezig zou zijn om als getuige te kunnen worden gehoord. Voorts is het verzoek niet onderbouwd. In het bijzonder heeft verdachtes raadsman niet uiteengezet waarom hij de getuige, die hij al eerder heeft kunnen ondervragen, opnieuw zou willen horen. Tegen deze achtergrond is het oordeel van het Hof gezien de gronden die het Hof daaraan ten grondslag legt niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/106bd20fa10b1a436f66120a968e66c5987b0d4ba69ff554b778f957382ea4d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 106bd20fa10b1a436f66120a968e66c5987b0d4ba69ff554b778f957382ea4d2, en de alinea staat in dat document op bytes 15594 tot 16284.