Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016
Onder 3.5. Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:640.
Door de verdediging is gesteld dat het eindsaldo contant en giraal geld (NAf 21.324,15) bijstelling behoeft. Het daarin opgenomen bedrag van Euro 7.800,- zou aan [betrokkene 8] toebehoren, de maîtresse van [betrokkene] . Dat het geld haar toebehoorde is echter niet aannemelijk geworden, ook niet na lezing van de als productie 12 bij conclusie van antwoord door de verdediging in het geding gebrachte verklaring van [betrokkene 9] . Wel aannemelijk is dat [betrokkene] inkomsten had uit de handel in verdovende middelen en zijn maîtresse [betrokkene 8] van het nodige voorzag. Er is evenmin aanleiding van een andere omrekeningskoers uit te gaan dan in het proces-verbaal wederrechtelijk verkregen voordeel is geschied.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee57ae6bdeb73e54c09f0cc9a0b247673d9cd557e49a51c54aa1a135d27f0d74. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee57ae6bdeb73e54c09f0cc9a0b247673d9cd557e49a51c54aa1a135d27f0d74, en de alinea staat in dat document op bytes 31519 tot 32254.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ee57ae6bdeb73e54c09f0cc9a0b247673d9cd557e49a51c54aa1a135d27f0d74 | shasum -a 256