Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016

Onder 3.6 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:640.

21. Niet door de verdediging bestreden is de uitgave van een bedrag van NAf 32.000,- aan een BMW X5. Het verweer dat niet blijkt om welke BMW X5 het gaat, heeft het Gemeenschappelijk Hof voldoende gemotiveerd verworpen, lijkt mij, nu het heeft vastgesteld dat uit de verklaring van [betrokkene 6] – welke verklaring als productie 27 door de verdediging zelf in het geding is ingebracht – kan worden afgeleid dat het een BMW X5 betreft die in februari 2011 door haar is verkocht en voor de betrokkene is aangeschaft en contant is betaald door [betrokkene 7] , aan wie de betrokkene vervolgens het bedrag zou betalen. Deze vaststelling dient, gezien de inhoud van de verklaring van [betrokkene 6] aldus te worden begrepen dat [betrokkene 7] , die autodealer is, dat bedrag tijdelijk voor de betrokkene had voorgeschoten. Zij verklaart immers dat zij verschillende autodealers had bezocht voor de verkoop van haar BMW X5 en toen ook de dealer [betrokkene 7] had benaderd. [betrokkene 7] had haar een paar dagen daarna weer gebeld om met de auto langs te komen bij zijn zaak, omdat hij iemand – de betrokkene naar later bleek – had die geïnteresseerd was in de auto. Deze persoon had de BMW samen met [betrokkene 7] bezichtigd en wilde de auto kopen voor een neef van hem, zodat deze in een mooie auto kon rondrijden. De BMW was contant door [betrokkene 7] betaald in Antilliaanse valuta. [betrokkene 7] had tegen haar gezegd dat hij, [betrokkene 7] , zelf de auto moest betalen en dat de betrokkene hem dan achteraf zou betalen. Daarbij merk ik op dat de inlossing van deze tijdelijke schuld aan de autodealer [betrokkene 7] als tussenpersoon eveneens onder het begrip ‘voordeel’ kan worden begrepen en aldus als uitgave in de methode van kasopstelling kan worden meegenomen. Voor zover het middel berust op de opvatting dat een dergelijke kasmutatie enkel kan blijken uit een schriftelijk bescheid (een bancaire afschrijving of overschrijving), is het tevergeefs voorgesteld nu deze opvatting in haar algemeenheid geen steun vindt in het recht, nog daargelaten dat een dergelijk standpunt niet door de verdediging is betrokken op de terechtzitting van het Gemeenschappelijk Hof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee57ae6bdeb73e54c09f0cc9a0b247673d9cd557e49a51c54aa1a135d27f0d74. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee57ae6bdeb73e54c09f0cc9a0b247673d9cd557e49a51c54aa1a135d27f0d74, en de alinea staat in dat document op bytes 35405 tot 37674.