Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016
Alinea 163 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:640.
29. Door te oordelen dat de noodzaak niet is gebleken, heeft het Gemeenschappelijk Hof kennelijk tot uitdrukking willen brengen dat de dagvaarding van deze getuigen nodeloos is, en wel in die zin dat het achterwege blijven van het dagvaarden van deze getuigen redelijkerwijs niet in strijd komt met het recht van de verdediging getuigen te ondervragen als in de bepaling bedoeld. De afwijzing aldus verstaan, heeft het Gemeenschappelijk Hof de juiste maatstaf aangelegd, zodat de eerste klacht van het middel doel mist.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee57ae6bdeb73e54c09f0cc9a0b247673d9cd557e49a51c54aa1a135d27f0d74. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee57ae6bdeb73e54c09f0cc9a0b247673d9cd557e49a51c54aa1a135d27f0d74, en de alinea staat in dat document op bytes 44608 tot 45204.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ee57ae6bdeb73e54c09f0cc9a0b247673d9cd557e49a51c54aa1a135d27f0d74 | shasum -a 256