Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016

Alinea 171 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:640.

- Getuigen 6, 7 en 8 ( [betrokkene 12] , [betrokkene 13] en [betrokkene 14] ), achtereenvolgens directeur van [E] , contactpersoon Monumentenzorg Curaçao en contactpersoon Brits consulaat, zouden kunnen verklaren over de legale inkomsten van de betrokkene, onder meer uit bodewerkzaamheden. Het Gemeenschappelijk Hof heeft te dien aanzien vastgesteld dat een mogelijk inkomen niet blijkt uit de bankgegevens van de betrokkene, noch uit een door de betrokkene overgelegd ontvangstbewijs en/of een aangifte inkomstenbelasting. Nu de verdediging haar stelling op dit punt niet door schriftelijke bescheiden heeft kunnen onderbouwen, moet, gelet op het bepaalde van art. 318, vierde lid, SvNA, de dagvaarding als nodeloos worden aangemerkt en komt het achterwege blijven van de dagvaarding redelijkerwijze niet in strijd met het recht van de verdachte om de ondervraging van getuigen à décharge te doen geschieden op dezelfde voorwaarden als het geval is met de getuigen à charge.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee57ae6bdeb73e54c09f0cc9a0b247673d9cd557e49a51c54aa1a135d27f0d74. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee57ae6bdeb73e54c09f0cc9a0b247673d9cd557e49a51c54aa1a135d27f0d74, en de alinea staat in dat document op bytes 49945 tot 51068.