Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2016

Onder 3.19. Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:677.

Opvallend is dat in deze overweging een onvoorwaardelijke vaststelling, dat het recht op rechtsbijstand tijdens het politieverhoor ligt besloten in art. 6 EVRM, ontbreekt. Nu kan men wel met - wederom – een beroep op diverse uitspraken van het EHRM trachten aan te tonen dat dit anders ligt, maar dat zou een herhaling van een discussie opleveren die al eerder – onder meer ten overstaan van uw Raad door mijn ambtgenoot Spronken is gevoerd en waarop de Hoge Raad eerder, op 1 april 2014 heeft gereageerd met de constatering dat, zo dit al het geval mocht zijn, het treffen van een regeling voor de rechtsbijstand tijdens het politieverhoor de rechtsvormende taak van de Hoge Raad te buiten gaat. Voor ‘toekomstige” gevallen, zo overwoog de Hoge Raad, zou dat anders kunnen komen te liggen. En dat moment is, zo overweegt de Hoge Raad op 22 december, ‘thans’ aangebroken. Een van de argumenten daarvoor is dat de wettelijke regeling – ter implementatie van de EU-Richtlijn betreffende onder meer het recht op toegang tot een advocaat – tenminste al voor een deel, te weten in wetsvoorstel 34 157 is getroffen. De wetgever heeft dus al een stap gezet in de noodzakelijke rechtsvorming, waardoor, zo zou ik menen, vanaf een zeker moment ook conform die regels geopereerd kan worden en de erkenning door de rechter van het recht op rechtsbijstand bij het verhoor vanaf een zekere datum niet meer op onoverkomelijke problemen stuit. Dat argument is door de Hoge Raad met zoveel woorden ontleend aan de eis van rechtszekerheid. Juist daarin ligt misschien wel de belangrijkste reden om niet terugwerkende kracht te verlenen aan de ‘voortaan’ geldende regel. Uiteindelijk betreft het een kwestie van overgangsrecht, zij het dan niet van wettelijke oorsprong, maar van de rechter zelf. Rechtszekerheid is daarbij een zelfstandige factor en die is dunkt mij het meest gebaat bij hantering van een duidelijke datum waarop de nieuwe regel van toepassing is. De in het arrest van 22 december 2016 genoemde datum van 1 maart 2016 voldoet in dat opzicht maximaal.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/930a30af97454e8a028e105aaf2584817f03b7f95bd9eed911486eac2420276a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 930a30af97454e8a028e105aaf2584817f03b7f95bd9eed911486eac2420276a, en de alinea staat in dat document op bytes 42731 tot 45006.