Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2016

Onder 6.11. Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:683.

De vraag is of hetzelfde kan worden gezegd met betrekking tot de in de schuur aangetroffen methadonpillen en de tassen met boorzuur en fenacetine. De verdachte verklaarde bij de rechtbank dat zij vroeger wel eens in de schuur was geweest, maar de laatste tijd niet meer vanwege de ratten en de muizen, dat in de schuur koffers, stoelen en matrassen stonden die van haar moeder waren en dat er geen spullen lagen die van haar waren. De juistheid van die verklaring is door het hof in het midden gelaten. Daar komt bij dat het om andere stoffen dan cocaïne ging en dat van samenwerking met de andere verdachten niet is gebleken (punt 6.6), niet ten aanzien van het aanwezig hebben, laat staan ten aanzien van de eventuele handel in cocaïne. De vraag is daarom niet alleen of zij wist dat de methadon, het boorzuur en fenacetine in de schuur waren opgeslagen, maar ook of zij de aard en de bestemming van die stoffen kende. Ik meen dat een en ander niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid. Voor zover de middelen daarover klagen, slagen zij.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2e2bd190b0ac63aa2438c831fa0f00f16728ed27960af6571f7a24a06e23442. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2e2bd190b0ac63aa2438c831fa0f00f16728ed27960af6571f7a24a06e23442, en de alinea staat in dat document op bytes 43969 tot 45161.