Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2016

Onder 3.2. Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:683.

Ik woon vanaf 5 oktober 2010 in de woning op het adres [a-straat] te Amsterdam. Ikzelf mijn broer, mijn zoon en mijn dochter hebben een sleutel van de woning. Verder heeft niemand een sleutel van de woning. Ik laat familie en vrienden in huis binnen zoals de vrouw van [betrokkene 1] . Ik laat [betrokkene 1] ook binnen, hij is een vriend van mijn broer. Verder laat ik niemand anders binnen in de woning. Op 8 februari 2011 was ik de hele dag thuis. Om ongeveer 20.00 uur is [betrokkene 2] gekomen. Hij is samen met mij naar mijn slaapkamer gegaan. Op de plattegrond is dat slaapkamer III. [betrokkene 1] is als het ware een familielid, een vertrouwd persoon. De huisdeursleutel is dezelfde sleutel als de sleutel van de schuur. Mijn kinderen slapen in slaapkamer II. Ik kom daar ook want ik maak die kamer schoon en doe er de was. De zakken met bolletjes in slaapkamer II kunnen zeker niet van mijn zoon zijn. Toen de politie kwam, was ik in de keuken. [betrokkene 1] was ook in de keuken. Mijn broer [betrokkene 3] was boven. Ik heb de woonkamer eerder die dag schoongemaakt met een zwabber en een veger. Ik heb de woonkamer en die ruimte waar de cocaïne is aangetroffen ook schoongemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2e2bd190b0ac63aa2438c831fa0f00f16728ed27960af6571f7a24a06e23442. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2e2bd190b0ac63aa2438c831fa0f00f16728ed27960af6571f7a24a06e23442, en de alinea staat in dat document op bytes 15144 tot 16350.