Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2016

Onder 5.5. Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:683.

In het onderhavige geval heeft het hof door het vonnis van de rechtbank te bevestigen kennelijk de in de toelichting op het middel dan wel de in het pleidooi aangehaalde onderdelen van de door de verdachte afgelegde verklaring als ongeloofwaardig terzijde geschoven. De vraag is of het hof daarmee de betekenis van het voor het bewijs gebezigde gedeelte van de door de verdachte afgelegde verklaring wezenlijk heeft veranderd. Deze vraag beantwoord ik ontkennend. Het voor het bewijs gebezigde gedeelte van die verklaring heeft geen andere betekenis gekregen dan dat het in het geheel van de verklaring reeds had. Dat de strekking van de gehele verklaring van de verdachte een ontkenning van haar wetenschap omtrent de in haar woning aanwezige drugs, versnijdingsmiddelen en weegschaal inhield, doet daaraan niet af. Voor zover de steller van het middel meent “dat het gerechtshof heeft nagelaten eveneens voor het bewijs te bezigen de navolgende onderdelen van de verklaring van de verdachte”, merk ik op dat het nogal merkwaardig was geweest als het hof de in het middel bedoelde ontkennende onderdelen van de verklaring van de verdachte wél tot het bewijs zou hebben gebezigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2e2bd190b0ac63aa2438c831fa0f00f16728ed27960af6571f7a24a06e23442. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2e2bd190b0ac63aa2438c831fa0f00f16728ed27960af6571f7a24a06e23442, en de alinea staat in dat document op bytes 32858 tot 34120.