Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2016

Onder 7.2. Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:684.

De benadeelde partij [betrokkene 1] , zijnde de zoon van het slachtoffer en tevens de zoon van de verdachte, heeft zich in eerste aanleg gevoegd in het strafgeding voor onder meer shockschade (immateriële schade). De rechtbank heeft die vordering niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat de rechtbank niet de beschikking heeft over een medische rapportage aan de hand waarvan zij kan beoordelen in hoeverre er sprake is van shockschade en dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafproces vormt en slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. In hoger beroep heeft de benadeelde partij zich opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 21 januari 2015 heeft de benadeelde partij te kennen gegeven geen behoefte te hebben om de door hem ingediende vordering tot schadevergoeding nader toe te lichten. Namens de verdachte is de vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van de shockschade betwist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7de5213e4e070fda8275f13a7226172572fc7b5c28178a181941344116bf8a09. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7de5213e4e070fda8275f13a7226172572fc7b5c28178a181941344116bf8a09, en de alinea staat in dat document op bytes 66189 tot 67239.