Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2016

Onder 7.6. Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:684.

Voor vergoeding van immateriële schade als hier gevorderd - zogenoemde shockschade - is gelet op het arrest van de civiele kamer van de Hoge Raad van 22 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5356, NJ 2002/240 vereist dat het bestaan van geestelijk letsel waardoor iemand in zijn persoon is aangetast in rechte kan worden vastgesteld, hetgeen in het algemeen slechts het geval zal zijn indien sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld. De strafkamer van de Hoge Raad heeft zich daarbij aangesloten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7de5213e4e070fda8275f13a7226172572fc7b5c28178a181941344116bf8a09. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7de5213e4e070fda8275f13a7226172572fc7b5c28178a181941344116bf8a09, en de alinea staat in dat document op bytes 90411 tot 90994.