Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2016

Onder 5.2. Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:684.

Blijkens de terechtzitting in hoger beroep van 23 januari 2015 overgelegde pleitnotities (zie p. 10-13 en p. 59) heeft de raadsman van de verdachte aldaar twee verweren gevoerd (een beroep op de onrechtmatige afname van schiethanden en een Salduz-verweer) die met elkaar zijn verknoopt. In de eerste plaats is aangevoerd dat en waarom de verdachte alvorens er bij hem ‘schiethanden’ werden afgenomen, reeds als verdachte was aangemerkt. Daaruit volgt volgens de verdediging dat de verdachte dus ook voorafgaande aan het daarop volgende verhoor reeds als verdachte was aangemerkt. Gelet daarop had hij voorafgaand aan het verhoor recht op consultatie van een raadsman en had hem de cautie moeten worden gegeven. Nu dit niet is geschied is sprake van een vormverzuim ex. art. 359a Sv en moet het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk worden verklaard. Tevens is aangevoerd dat de schiethanden onrechtmatig zijn afgenomen nu er, anders dan is vereist voor toepassing van art. 61a Sv, geen bevel ex art. 62a Sv is gegeven en evenmin uit het dossier blijkt dat de verdachte voor het afnemen van die schiethanden toestemming heeft gegeven. De raadsman heeft geconcludeerd dat er sprake is van een vormverzuim ex. art. 359a Sv dat moet leiden tot bewijsuitsluiting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7de5213e4e070fda8275f13a7226172572fc7b5c28178a181941344116bf8a09. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7de5213e4e070fda8275f13a7226172572fc7b5c28178a181941344116bf8a09, en de alinea staat in dat document op bytes 28349 tot 29625.