Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2016

Onder 5.3. Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:684.

Voorts is het hof van oordeel dat ook uit de omstandigheid dat bij [verdachte] een schotrestenonderzoek aan de handen is verricht, niet volgt dat hij als verdachte werd aangemerkt, ook niet indien in aanmerking wordt genomen dat een dergelijk onderzoek als dwangmiddel op grond van het bepaalde in artikel 61a Sv alleen maar bij een voor onderzoek opgehouden verdachte kan worden bevolen. Een dergelijk onderzoek kan immers ook worden verricht bij iemand die niet als verdachte is aangemerkt, mits het niet plaatsvindt tegen de wil van de betrokkene. In casu is gesteld noch gebleken dat verdachte op enig moment te kennen heeft gegeven bezwaren te hebben tegen (de voorbereidingen tot) het verrichte onderzoek naar de eventuele aanwezigheid van schotresten op zijn handen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7de5213e4e070fda8275f13a7226172572fc7b5c28178a181941344116bf8a09. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7de5213e4e070fda8275f13a7226172572fc7b5c28178a181941344116bf8a09, en de alinea staat in dat document op bytes 33313 tot 34099.