Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016
Onder 2.7 Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:70.
In de praktijk zal het niet altijd eenvoudig zijn te bepalen van welk deel van de meerkosten vergoeding kan worden gevorderd door de directe afnemer die door middel van een prijsopslag heeft getracht zijn meerkosten aan zijn afnemers door te berekenen, respectievelijk door die indirecte afnemers. De prijsopslag die de directe afnemer van de inbreukpleger hanteert, kan immers tot een daling van de vraag en daarmee tot een derving van winst leiden . Die winstderving wordt als directe schade beschouwd en komt voor vergoeding in aanmerking (zie ook art. 12 lid 3 van de Richtlijn). Overigens bepaalt de Richtlijn in art. 12 lid 5 dat de lidstaten ervoor zorgen dat de nationale rechter de bevoegdheid heeft te ramen welk deel van de meerkosten werd doorberekend. Voorts dient de Commissie richtsnoeren te publiceren over de wijze waarop moet worden ingeschat welk deel van de meerkosten aan de indirecte afnemer is doorberekend (art. 16 van de Richtlijn).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a7a7f62be4f016ec0e272afd5c708d0f9545b4f9c1add0f132c5bc169a32ee2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a7a7f62be4f016ec0e272afd5c708d0f9545b4f9c1add0f132c5bc169a32ee2, en de alinea staat in dat document op bytes 60603 tot 61637.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0a7a7f62be4f016ec0e272afd5c708d0f9545b4f9c1add0f132c5bc169a32ee2 | shasum -a 256