Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016

Onder 2.19 Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:70.

“ Of het passing-on verweer in mededingingszaken moet worden aanvaard, hangt af van de wijze waarop de schade wordt begroot. In beginsel is de rechter vrij in zijn keuze voor een concrete of abstracte schadebegroting. Ik acht niettemin een terughoudende toepassing van de abstracte schadeberekening op zijn plaats. Uitgangspunt blijft dat alleen de in werkelijkheid geleden schade moet worden vergoed. Om redenen van doelmatigheid kan men opteren voor de abstracte methode, maar uit de rechtspraak volgt niet duidelijk in welke gevallen zij moet worden toegepast. Hartkamp stelt daarom naar mijn mening terecht dat de abstracte schadeberekening niet meer is dan een praktisch hulpmiddel, dat in bepaalde gevallen bij het vaststellen van de schade van dienst kan zijn. In mededingingszaken zou ik willen vasthouden aan het uitgangspunt van concrete schadeberekening. Juist in het feit dat de schade in mededingingszaken van zoveel verschillende factoren kan afhangen, maakt het m.i. moeilijk om de schadeomvang los van het concrete geval te bepalen. De concrete schadeberekening is bovendien in overeenstemming met de gedachte dat uitsluitend de werkelijk geleden schade moet worden vergoed, en derhalve dat schadevergoeding niet resulteert in een ongerechtvaardigde verrijking van de schadevorderende partij.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a7a7f62be4f016ec0e272afd5c708d0f9545b4f9c1add0f132c5bc169a32ee2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a7a7f62be4f016ec0e272afd5c708d0f9545b4f9c1add0f132c5bc169a32ee2, en de alinea staat in dat document op bytes 80246 tot 81569.