Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016

Onder 2.26 Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:70.

Het is naar mijn mening gekunsteld het economische gegeven van gehele of gedeeltelijke doorberekening van opgekomen (meer)kosten te beschouwen als een “voordeel” dat losstaat van de schade die een bedrijf lijdt doordat aan dat bedrijf voor leveringen van goederen of diensten die het bedrijfsmatig aanwendt, te hoge kosten in rekening zijn gebracht. Men zou (in de hiervóór onder 2.14 geciteerde woorden van Hartkamp en Sieburgh) de “nauwe” , “natuurlijke” en “logische (…) economische samenhang” tussen de aan een bedrijf in rekening gebrachte kosten en de gehele of gedeeltelijke doorberekening daarvan geweld aandoen door het gegeven van een gehele of gedeeltelijke doorberekening niet direct bij de schadevaststelling te betrekken. De economische wetmatigheid van gehele of gedeeltelijke doorberekening van de aan een bedrijf opgekomen (meer)kosten is beslissend voor de beantwoording van de vraag of en in hoeverre dergelijke kosten “beklijven” en schade voor het betrokken bedrijf vormen. Het passing-on verweer zou daarom naar mijn mening niet op de voet van art. 6:100 BW (en evenmin naar analogie daarvan) moeten worden beoordeeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a7a7f62be4f016ec0e272afd5c708d0f9545b4f9c1add0f132c5bc169a32ee2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a7a7f62be4f016ec0e272afd5c708d0f9545b4f9c1add0f132c5bc169a32ee2, en de alinea staat in dat document op bytes 91817 tot 93133.