Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016

Onder 2.28 Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:70.

Een inbedding van het doorberekeningsverweer in art. 6:100 BW zou vanwege de geringe ruimte die dat artikel voor het verweer laat, naar mijn mening in strijd zijn met de Richtlijn. Daarbij ware te bedenken dat de Richtlijn niet slechts verlangt dat de inbreukmaker als verweer tegen de schadevordering kan aanvoeren dat de eiser de door de inbreuk op het mededingingsrecht veroorzaakte meerkosten volledig of ten dele heeft doorberekend (art. 13), maar ook dat de lidstaten ter voorkoming van overcompensatie passende procedurevoorschriften vaststellen teneinde te waarborgen “dat de vergoeding voor feitelijk verlies op elk niveau van de toeleveringsketen niet meer bedraagt dan de schade die de meerkosten in dat stadium heeft (lees: hebben) berokkend” (art. 12 lid 2). Daarmee laat zich onmogelijk verenigen dat het welslagen van het doorberekeningsverweer afhankelijk wordt gesteld van nationale opvattingen van het causale verband tussen doorberekening en mededingingsinbreuk en van de identiteit van de gebeurtenis waaruit de schade en het “voordeel” van de doorberekening voortspruiten, en evenmin dat aan de nationale rechter wordt overgelaten te beslissen of en in hoeverre doorberekening redelijk is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a7a7f62be4f016ec0e272afd5c708d0f9545b4f9c1add0f132c5bc169a32ee2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a7a7f62be4f016ec0e272afd5c708d0f9545b4f9c1add0f132c5bc169a32ee2, en de alinea staat in dat document op bytes 94275 tot 95577.