Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016

Onder 2.33 Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:70.

De positie van indirecte afnemers heeft binnen de EU overigens de aandacht. Terwijl de uitdrukkelijke aanvaarding van het doorberekeningsverweer in het Unierecht mede ertoe strekt ruimte te maken voor eigen aanspraken op schadevergoeding van indirecte afnemers, zijn de inspanningen van de EU op het faciliteren van schadevergoedingsacties van indirecte afnemers gericht, in het bijzonder door schadevergoedingsacties door aangewezen vertegenwoordigende instanties en opt-in collectieve schadevergoedingsacties mogelijk te maken . Gelet op de in de Richtlijn reeds neergelegde keuzes (waaronder de aanvaarding van het doorberekeningsverweer) en de agenda van de EU met betrekking tot collectieve vorderingen, kan moeilijk staande worden gehouden dat het een effectieve toepassing van het Europese mededingingsrecht juist zou bevorderen, als, met voorbijgaan aan de Richtlijn en de voornemens met betrekking tot collectieve schadevergoedingsacties, het doorberekeningsverweer zou worden genegeerd, althans gemarginaliseerd, door het in art. 6:100 BW in te bedden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a7a7f62be4f016ec0e272afd5c708d0f9545b4f9c1add0f132c5bc169a32ee2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a7a7f62be4f016ec0e272afd5c708d0f9545b4f9c1add0f132c5bc169a32ee2, en de alinea staat in dat document op bytes 100639 tot 101777.