Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016

Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:70.

Een inbreuk op art. 101 VWEU dient derhalve conform de nationale schadevergoedingsbepalingen te worden afgewikkeld. De ruimte voor dergelijke bepalingen wordt echter wel begrensd door de inmiddels totstandgekomen Richtlijn schadevorderingen bij mededingingsinbreuken (hierna: de Richtlijn) , die uiterlijk op 27 december 2016 in nationaal recht moet zijn omgezet . Terwijl het HvJ in Manfredi nog ruimte liet voor toepassing van nationale regels met betrekking tot punitieve schadevergoeding, verzet de Richtlijn zich uitdrukkelijk tegen iedere vorm van overcompensatie, ongeacht of het punitieve schadevergoeding, meervoudige schadevergoeding of andere vormen van schadevergoeding betreft (art. 3 lid 3). De Richtlijn stipuleert volledige vergoeding van de schade (art. 3 lid 1); niet minder, maar dus ook niet méér . Met de Richtlijn is afstand genomen van de opvatting dat private handhaving van het mededingingsrecht mede ertoe zou strekken inbreukplegers te straffen en potentiële inbreukplegers af te schrikken :

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a7a7f62be4f016ec0e272afd5c708d0f9545b4f9c1add0f132c5bc169a32ee2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a7a7f62be4f016ec0e272afd5c708d0f9545b4f9c1add0f132c5bc169a32ee2, en de alinea staat in dat document op bytes 55170 tot 56491.