Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016
Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:70.
Volgens de rechtspraak van het HvJ hebben ook indirect benadeelden naar wie de meerkosten als gevolg van de mededingingsinbreuk zijn verlegd, het recht om van de inbreukpleger vergoeding van hun schade te vorderen. Bij die stand van zaken is de aanvaarding van een onder omstandigheden door de inbreukpleger te voeren doorberekeningsverweer onvermijdelijk. Als een dergelijk verweer niet wordt aanvaard, zou de directe afnemer de inbreukpleger kunnen aanspreken tot vergoeding van schade die hij inmiddels naar zijn eigen afnemers heeft verlegd en zou de inbreukpleger meermalen tot vergoeding van dezelfde schade kunnen worden veroordeeld. Mede gelet op het uitgangspunt van de Richtlijn dat een mededinginsinbreuk aanspraak geeft op niet minder, maar ook niet méér dan een volledige schadevergoeding, verbaast het dan ook niet dat de Richtlijn in art. 13 bepaalt dat de lidstaten ervoor zorgen dat de verweerder in het schadevergoedingsgeding het doorberekeningsverweer kan voeren. Volgens die bepaling rust de bewijslast dat de meerkosten zijn doorberekend op de verweerder, zij het dat deze van de eiser en/of van derden redelijkerwijs toegang tot het bewijsmateriaal kan vorderen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a7a7f62be4f016ec0e272afd5c708d0f9545b4f9c1add0f132c5bc169a32ee2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a7a7f62be4f016ec0e272afd5c708d0f9545b4f9c1add0f132c5bc169a32ee2, en de alinea staat in dat document op bytes 59324 tot 60524.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0a7a7f62be4f016ec0e272afd5c708d0f9545b4f9c1add0f132c5bc169a32ee2 | shasum -a 256