Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016

Onder 2.1 Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:71.

‘4.11.1. De vorderingen van Dahabshiil zijn gebaseerd op (gestelde) schending van de eer en goede naam. Het bepaalde in artikel 1 lid 2 sub g van de Rome II-Verordening (de Verordening) brengt in beginsel met zich dat de Verordening niet op de vorderingen van Dahabshiil van toepassing is, tenminste niet rechtstreeks. Het (gestelde) onrechtmatige handelen heeft echter deels plaatsgevonden ná inwerkingtreding van art. 10:159 BW op 1 januari 2012. Uit deze bepaling volgt dat op verbintenissen die buiten de werkingssfeer van de Verordening vallen en die als onrechtmatige daad kunnen worden aangemerkt, de bepalingen van de Verordening van overeenkomstige toepassing zijn. De Verordening is derhalve via art. 10:159 BW van toepassing op het (gestelde) onrechtmatig handelen door [eiser] c.s. van ná 1 januari 2012.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ea24ae31b69c3da50070d14575d904c8e94a464b33b0e1b9bf7138f125693b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ea24ae31b69c3da50070d14575d904c8e94a464b33b0e1b9bf7138f125693b9, en de alinea staat in dat document op bytes 18531 tot 19365.