Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016
Onder 2.17 Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:71.
Nu op grond van art. 10:159 BW overeenkomstige toepassing wordt gegeven aan Rome II, heb ik mij de vraag gesteld of de uitleg van art. 4 lid 1 Rome II in het onderhavige geval aanleiding moet geven tot het stellen van prejudiciële vragen aan het HvJ. Uit de vaste rechtspraak van het HvJ volgt dat wanneer het Unierecht (in een richtlijn of een verordening) de betrokken situatie niet rechtstreeks regelt, maar de nationale wetgever in zijn nationale wet daaraan uitbreiding heeft gegeven door situaties die niet onder het Unierecht vallen op dezelfde wijze te behandelen als situaties die wel daaronder vallen, aan het HvJ prejudiciële bevoegdheid toekomt voor vragen inzake de uitleg van dat nationale recht. Zo heeft het HvJ in zijn arrest van 12 juli 2012 het volgende overwogen:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ea24ae31b69c3da50070d14575d904c8e94a464b33b0e1b9bf7138f125693b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ea24ae31b69c3da50070d14575d904c8e94a464b33b0e1b9bf7138f125693b9, en de alinea staat in dat document op bytes 47802 tot 48665.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5ea24ae31b69c3da50070d14575d904c8e94a464b33b0e1b9bf7138f125693b9 | shasum -a 256